Je loongerelateerde WGA-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 24 maanden. De precieze einddatum staat in je UWV-beslissing. Wacht niet op de overgangsbrief om actie te nemen: die datum kan een forse inkomensverandering betekenen.
De duur hangt af van je arbeidsverleden. Voor de eerste 10 volledige kalenderjaren telt elk jaar voor 1 maand. Jaren tot en met 2015 tellen daarna ook voor 1 maand, jaren vanaf 2016 voor een halve maand. Had je vlak voor je ziekte een WW-uitkering, dan trekt UWV die WW-periode van de duur af. Controleer dit in de uitleg van UWV over de loongerelateerde uitkering en vergelijk het met de berekening in je brief.
Je einddatum is geen einddatum van WIA
Na de loongerelateerde fase krijg je meestal een loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering. Soms stopt je WIA-uitkering. Welke route volgt, hangt niet alleen af van je arbeidsongeschiktheidspercentage, maar vooral van wat je verdient ten opzichte van de resterende verdiencapaciteit die UWV heeft vastgesteld.
De bekende 50%-regel gaat niet over de helft van je oude salaris. Je moet minstens de helft verdienen van het bedrag dat de arbeidsdeskundige zegt dat je nog kunt verdienen. Haal daarom uit je brief deze drie gegevens: je WIA-maandloon, je resterende verdiencapaciteit per maand en de einddatum van de loongerelateerde uitkering. Voor de vervolgstap lees je hoe de keuze tussen loonaanvulling en vervolguitkering werkt.
Een uitzondering die vaak verkeerd wordt gelezen: tijdens de loongerelateerde uitkering loopt die fase door tot de vastgestelde datum, ook als je weer 65% of meer van je oude loon verdient. Dat kan wel betekenen dat je daarna nog maximaal 1 jaar WGA krijgt, of helemaal geen WIA-uitkering meer. UWV noemt dit expliciet bij het einde van de WIA-uitkering.
Plan vanaf zes maanden voor de overgang
Zes maanden vooraf: controleer de drie briefbedragen en maak een bruto-overzicht van je huidige loon, WGA en vaste lasten. Reken minstens twee situaties door: je huidige loon en loon op of boven de 50%-grens.
Drie maanden vooraf: vraag je werkgever, vakbond of cao-portaal of je onder een PAWW- of andere werkgeversaanvulling valt. PAWW is geen automatische UWV-uitkering.
Een maand vooraf: vergelijk de overgangsbrief met je eigen gegevens. Klopt je loon niet, veranderde je gezondheid of zijn je uren anders dan UWV gebruikt, geef dat direct door.
Wat je beter niet doet
Ga niet zelf uit van een aantal uren dat je zou moeten werken. De inkomenseis draait om loon, en een hoger of lager uurloon verandert dus de uitkomst. Kijk ook niet alleen naar netto bedragen: loonheffingskorting, toeslagen en een private aanvulling kunnen je rekening beïnvloeden, maar veranderen de WGA-regel niet.
Weet je na deze controle welke uitkering waarschijnlijk volgt, dan helpt het overzicht van alle WGA-fasen om te bepalen wat werken en een wijziging in inkomen daarna voor je betekenen.










