Ja, je kunt naast een WGA-uitkering werken en ook meer uren proberen. Wat er financieel verandert, hangt vooral af van je fase: tijdens de loongerelateerde WGA-uitkering verrekent UWV je loon, daarna bepaalt de 50%-inkomenseis of je een loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering krijgt.
Er is dus geen algemene bijverdiengrens. Pak eerst je beslisbrief erbij: zoek je WIA-maandloon, resterende verdiencapaciteit en de einddatum van je loongerelateerde uitkering. In het overzicht van WGA-fasen en werk lees je waar die bedragen voor staan.
Tijdens de loongerelateerde WGA-uitkering
Je loon uit werk wordt verrekend met je uitkering. Je uitkering daalt dus, maar je totale inkomen stijgt meestal. UWV heeft hiervoor een rekenhulp voor werken naast een WIA-uitkering. Gebruik daarbij je bruto WIA-maandloon uit de brief, niet je nettobedrag op de bank.
Let op bij een grote stap omhoog. Verdien je zelf weer 65% of meer van je oude loon, dan kan je WIA-uitkering stoppen. Een contract voor meer uren is daarom niet automatisch verkeerd, maar teken niet alleen op basis van een goede maand of een tijdelijke piek.
Na de loongerelateerde fase: de 50%-grens wordt belangrijk
Na afloop kijkt UWV naar je resterende verdiencapaciteit. Verdien je minimaal de helft daarvan, dan kun je recht hebben op een loonaanvullingsuitkering. Verdien je minder dan die helft, dan kom je meestal uit op een vervolguitkering. Die 50% is niet de helft van je oude salaris en ook niet de helft van je WIA-uitkering.
Voorbeeld: staat er in je brief een resterende verdiencapaciteit van € 1.400 bruto per maand, dan ligt de inkomenseis op € 700 bruto per maand. Bewaak dat bedrag bij wisselende uren, oproepwerk, een bonus of minder inzet door terugval. Bij een vervolguitkering wordt loon uit werk niet volgens de standaardberekening op de uitkering gekort, maar meer werken kan wel aanleiding geven om je mogelijkheden opnieuw te beoordelen.
Leg een werkpoging vast alsof hij tijdelijk kan zijn
Een goede week zegt weinig als je daarna twee weken moet herstellen. Houd daarom per week bij: afgesproken en werkelijk gewerkte uren, taken, extra pauzes, aanpassingen, verzuim en herstel erna. Bewaar ook roosters, loonstroken en afspraken met je werkgever.
Bespreek vooraf met je arbeidsdeskundige of adviseur werk dat je uren opbouwt, tijdelijk vervangt of aangepast werk doet. Bij een proefplaatsing moet je meer of minder werken zelfs met hen overleggen. Dit dossier is geen garantie voor een uitkomst, maar voorkomt dat een losse loonstrook het hele verhaal wordt.
Wat je meteen meldt
Geef nieuw werk of nieuwe inkomsten binnen 1 week door aan UWV. Verandert je loon daarna, bijvoorbeeld door meer uren, minder uren of een bonus, dan geef je de wijziging binnen 2 dagen door. UWV noemt loon uit loondienst, uitzendwerk en nabetalingen zoals vakantiegeld expliciet als inkomsten die je moet melden. Lees hoe je inkomsten en wijzigingen op tijd aan UWV doorgeeft.
De praktische stopconditie is simpel: je weet welke fase je hebt, welk bruto loonbedrag je bewaakt en op welke datum je werkverandering bij UWV meldt.










